ECLI:NL:HR:2015:1870

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
10 juli 2015
Zaaknummer
14/03762
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid afbreken onderhandelingen niet bewezen

De zaak betreft een geschil tussen eiseressen en AGC gerechtsdeurwaarders & incasso B.V. over de vraag of het afbreken van onderhandelingen door AGC onrechtmatig was. Eiseressen vorderden in eerste aanleg en hoger beroep een oordeel dat het afbreken van onderhandelingen onrechtmatig was, hetgeen door de rechtbank en het gerechtshof werd verworpen.

Eiseressen stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Groningen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het standpunt van AGC bevestigde.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseressen worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door De Groot op 10 juli 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
14/03762
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiseres 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
AGC GERECHTSDEURWAARDERS & INCASSO B.V.,
gevestigd te Stadskanaal,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseressen] en AGC.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 123617/ HA ZA 11-15 van de rechtbank Groningen van 13 april 2011 en 14 december 2011;
b. het arrest in de zaak 200.104.823/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseressen] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
AGC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor AGC toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AGC begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.