ECLI:NL:HR:2015:19

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 januari 2015
Publicatiedatum
8 januari 2015
Zaaknummer
14/03962
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zakenBesluit proceskostenvergoeding bestuursrecht (Bpb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenvergoeding bij meerdere WOZ-bezwaren op één biljet

Belanghebbende maakte vier afzonderlijke bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen voor verschillende onroerende zaken op één biljet. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren gegrond en stelde de proceskostenvergoeding vast op basis van één bezwaar met een wegingsfactor van 1,5.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit oordeel, verwijzend naar een eerder arrest van de Hoge Raad (BNB 2013/122). Het hof hield rekening met de verschillen tussen de objecten door de wegingsfactor toe te passen, ondanks dat er vier afzonderlijke bezwaren waren ingediend.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste uitleg had gegeven en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 9 januari 2015 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd dat één bezwaar met wegingsfactor 1,5 geldt voor proceskostenvergoeding.

Uitspraak

9 januari 2015
nr. 14/03962
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 juni 2014, nr. 13/01092, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 13/599) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1], [a-straat 2], [b-straat 1] en [c-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1.
Ten aanzien van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet WOZ de waarden van - voor zover te dezen van belang - vier in de gemeente [Z] gelegen onroerende zaken bij beschikkingen vastgesteld. De beschikkingen zijn verenigd in één biljet. De onroerende zaken betreffen verschillende objecten, te weten een woning, een woon/winkelpand, een atelier/werkruimte en een horecapand.
2.1.2.
De gemachtigde van belanghebbende, die aan belanghebbende beroepsmatig rechtsbijstand verleent op basis van ‘no cure no pay’, heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen. Hij heeft vier afzonderlijke bezwaarschriften ingediend.
2.1.3.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard. Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft hij de vastgestelde waarden van de onroerende zaken verminderd.
2.1.4.
Belanghebbende heeft in bezwaar verzocht om vergoeding van de proceskosten. De vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft de heffingsambtenaar, in afwijking van het verzoek van belanghebbende, vastgesteld op € 352,50 (1 punt voor het bezwaarschrift x € 235 x 1,5 voor de wegingsfactor).
2.2.
Het Hof heeft de uitspraak van de heffingsambtenaar bevestigd onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013, nr. 12/02674, ECLI:NL:HR:2013:BZ6822, BNB 2013/122 (hierna: het arrest BNB 2013/122). De omstandigheid dat belanghebbende in vier afzonderlijke geschriften bezwaar heeft gemaakt tegen de onderhavige WOZ-beschikkingen, doet hieraan niet af
,aldus het Hof. Met de omstandigheid dat het te dezen gaat om objecten die voor de waardering wezenlijke verschillen vertonen heeft het Hof rekening gehouden door, gelet op de daarmee samenhangende werkbelasting voor de gemachtigde, de wegingsfactor 1,5 toe te passen.
2.3.
De tegen dit oordeel gerichte klachten kunnen niet tot cassatie leiden aangezien het Hof, anders dan de klachten betogen, is uitgegaan van een juiste uitleg van het arrest BNB 2013/122.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.