Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die op 11 oktober 2010 te Delft iemand in de linkeronderarm heeft gebeten. Het hof had geoordeeld dat verdachte door opnieuw de woning te betreden, nadat hij was verwijderd, de confrontatie zocht en dat geen noodweersituatie bestond. De verdediging stelde dat verdachte handelde uit noodweerexces omdat hij werd besprongen en zich moest verdedigen.
De Hoge Raad herhaalt dat gedragingen voorafgaand aan een wederrechtelijke aanranding het beroep op noodweer(exces) kunnen belemmeren, bijvoorbeeld als de verdachte de confrontatie uitlokt. Het hof had echter niet aannemelijk gemaakt dat de wijze van verwijdering uit de woning een noodweersituatie opleverde, terwijl het ook de verklaring van verdachte dat hij terugkeerde om zijn huissleutels op te halen in het midden liet.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer(exces) en de strafoplegging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling noodweerexces en strafoplegging.