Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarbij de aanvrager is veroordeeld voor medeplegen van moord tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en zes maanden. De aanvraag tot herziening is ingediend door de advocaat van de aanvrager en is aan het arrest gehecht.
De Advocaat-Generaal heeft op grond van artikel 468, tweede lid, Strafvordering een nader onderzoek ingesteld conform artikel 463 Sv Pro. Echter is een afschrift van de stukken die betrekking hebben op dit onderzoek niet toegezonden aan de raadsvrouwe van de aanvrager, zoals vereist op grond van artikel 466, tweede lid, in verbinding met artikel 463, zesde lid, Sv.
De Hoge Raad besluit daarom de Advocaat-Generaal alsnog in de gelegenheid te stellen deze stukken toe te zenden, zodat de raadsvrouwe binnen zes weken na ontvangst de herzieningsaanvraag nader schriftelijk kan toelichten. Indien dit gebeurt, kan de Advocaat-Generaal opnieuw concluderen. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 24 maart 2015 en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de beslissing aan en stelt de Advocaat-Generaal in de gelegenheid stukken toe te zenden aan de raadsvrouwe voor nadere schriftelijke toelichting.