Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 11 december 2014, nrs. AWB 14/2911, AWB 14/2912 en AWB 14/2915, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 15 juli 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland en het verzet tegen eerdere uitspraken. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel geen behandeling rechtvaardigt omdat de appellant klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat het middel geen kans van slagen heeft. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld en is op 14 augustus 2015 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans van slagen.