ECLI:NL:HR:2015:229

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
14/02906
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt draagkracht man voor partneralimentatie en onderhoudsplicht vanaf 21 jaar

In deze zaak heeft de man cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam inzake partneralimentatie en de onderhoudsplicht jegens bij hem verblijvende kinderen vanaf hun 21e levensjaar. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 lid 1 RO Pro.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de man heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet relevant zijn voor rechtsontwikkeling of rechtseenheid.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere beslissingen van de lagere instanties en bekrachtigt de draagkracht van de man voor partneralimentatie en de onderhoudsplicht jegens kinderen vanaf 21 jaar. Het beroep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

6 februari 2015
Eerste Kamer
14/02906
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. B.J. van Dorp,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. C.G.A. van Stratum
en mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 512366/FA RK 12-2017 AW SH van de rechtbank Amsterdam van 10 april 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.129.898/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft bij brief 12 december 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 februari 2015.