ECLI:NL:HR:2015:231

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
13/05685
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:307 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep in cassatie inzake terugvordering energiekosten en verjaring

In deze zaak stond de terugvordering van energiekosten centraal, waarbij tevens kwesties rondom verjaring op grond van artikel 3:307 BW Pro en ontbinding bij koop aan de orde waren. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder uitspraak deed over deze onderwerpen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de lagere instanties voor het gedingverloop en behandelt het cassatieberoep. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van eiser heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, maar deze kosten worden begroot op nihil.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 6 februari 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

6 februari 2015
Eerste Kamer
13/05685
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser],
2. [eiseres],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 403058 / CV EXPL 12-2687 van de kantonrechter te Alkmaar van 28 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.332/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 augustus 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 20 november 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 februari 2015.