Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:235

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
14/00216
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt omvang precontractuele mededelingsplicht bij kredietverzekeringsovereenkomst

In deze zaak stond de omvang van de precontractuele mededelingsplicht van een aspirant-verzekeringnemer bij een kredietverzekeringsovereenkomst centraal. Atradius Credit Insurance N.V. stelde cassatieberoep in tegen eerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarin werd geoordeeld over de mededelingsplicht en de vraag of er sprake was van opzet tot misleiding.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en concludeerde dat de aangevoerde klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van British American Tobacco Nederland B.V. kwam hierdoor niet aan de orde. De Hoge Raad wees het beroep van Atradius af en veroordeelde Atradius tot betaling van de proceskosten aan de zijde van BAT. Dit arrest bevestigt de jurisprudentie omtrent de precontractuele mededelingsplicht in kredietverzekeringszaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Atradius wordt verworpen en Atradius wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

6 februari 2015
Eerste Kamer
14/00216
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ATRADIUS CREDIT INSURANCE N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. M. Ynzonides en mr. B. Verheij,
t e g e n
BRITISH AMERICAN TOBACCO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Atradius en BAT.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 439332/HA ZA 09-3140 van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2010 en 2 juni 2010;
b. de arresten in de zaak 200.071.570/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 juni 2011, 13 november 2012 en 17 september 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 13 november 2012 en 17 september 2013 heeft Atradius beroep in cassatie ingesteld. BAT heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van Atradius heeft bij brief van 19 december 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Atradius in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BAT begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.