Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 september 2014, waarin een aanslag inkomstenbelasting en boetebeschikking over het jaar 2007 waren bevestigd.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klacht niet tot cassatie kan leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd op 6 februari 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.