ECLI:NL:HR:2015:241

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
14/03837
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van een eerder arrest. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Het griffierecht werd niet betaald. Vervolgens kreeg belanghebbende de gelegenheid om redenen voor de termijnoverschrijding te geven, maar deze werden niet geaccepteerd als gegrond.

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot herziening op grond van de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het niet voldoen aan de betaling van griffierecht. Daarnaast achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld op 6 februari 2015.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

6 februari 2015
Nr. 14/03837
Arrest
gewezen op het verzoek van de
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 11 juli 2014, nr. 14/02115, ECLI:NL:HR:2014:1675.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 oktober 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 21 november 2014 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 3 december 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2015.