Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 11 juli 2014, nr. 14/02115, ECLI:NL:HR:2014:1675.
Hoge Raad
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van een eerder arrest. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Het griffierecht werd niet betaald. Vervolgens kreeg belanghebbende de gelegenheid om redenen voor de termijnoverschrijding te geven, maar deze werden niet geaccepteerd als gegrond.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot herziening op grond van de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het niet voldoen aan de betaling van griffierecht. Daarnaast achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld op 6 februari 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.