Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2014, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Arnhem werd behandeld. Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2010.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de klacht van belanghebbende geen aanleiding geeft tot cassatie. Dit oordeel werd genomen op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klacht geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.
Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar op 11 september 2015.