Belanghebbende, geboren in 1946, had voor het jaar 2010 een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.896 en ontving diverse heffingskortingen, waaronder de algemene heffingskorting, arbeidskorting en doorwerkbonus. De gecombineerde heffingskorting werd op grond van artikel 8.8 Wet IB 2001 beperkt tot het bedrag van de gecombineerde inkomensheffing.
Belanghebbende stelde dat op grond van artikel 8.9 Wet IB de doorwerkbonus ook mee moest tellen voor het toetsniveau, waardoor de gecombineerde heffingskorting verhoogd zou moeten worden en hij recht zou hebben op een teruggaaf van € 1.007. De Inspecteur betwistte dit en handhaafde de aanslag.
Het hof oordeelde dat de tekst van artikel 8.9 Wet IB geen ruimte laat voor de door belanghebbende voorgestane uitleg waarbij de doorwerkbonus wordt meegenomen in het toetsniveau. De Memorie van Toelichting ondersteunt volgens het hof deze uitleg niet. De doorwerkbonus mag derhalve niet worden meegeteld, en de aanslag blijft gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.