ECLI:NL:HR:2015:2544

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2015
Publicatiedatum
11 september 2015
Zaaknummer
15/01951
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie wegens gebrek aan belang

In deze zaak ging het om een beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. De Hoge Raad beoordeelde of het cassatieberoep ontvankelijk was. De klachten die door belanghebbende werden aangevoerd, rechtvaardigden volgens de Hoge Raad geen behandeling in cassatie. Dit was omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk werd behandeld. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en werd openbaar uitgesproken op 11 september 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

11 september 2015
nr. 15/01951
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Amsterdamvan 16 maart 2015, nr. AMS 14/4651 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 24 december 2014.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.