Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte omdat de bestreden beslissing niet kwalificeert als een einduitspraak in de zin van artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De verdediging heeft hierop schriftelijk gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 428 Sv Pro cassatieberoep tegen niet-einduitspraak slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak kan worden ingesteld. Omdat dat niet het geval is, kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep.
De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 15 september 2015.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van een einduitspraak.