ECLI:NL:HR:2015:2582

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2015
Publicatiedatum
15 september 2015
Zaaknummer
14/04668
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SvArt. 428 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken einduitspraak

De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte omdat de bestreden beslissing niet kwalificeert als een einduitspraak in de zin van artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De verdediging heeft hierop schriftelijk gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 428 Sv Pro cassatieberoep tegen niet-einduitspraak slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak kan worden ingesteld. Omdat dat niet het geval is, kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep.

De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 15 september 2015.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van een einduitspraak.

Uitspraak

15 september 2015
Strafkamer
nr. S 14/04668
IV/LN
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 september 2014, nummer 21/005950-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, en mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
Mr. S.F.W. van 't Hullenaar heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 428 Sv Pro is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn in de zin van art. 138 Sv Pro, beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten.
De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 september 2015.