Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen
5.Beoordeling van de aanvraag
6.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
De aanvrager werd op 10 december 2006 in Heerhugowaard aangehouden wegens overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij met een alcoholpromillage van 455 microgram per liter uitgeademde lucht een motorrijtuig bestuurde. Hij werd veroordeeld tot een geldboete, voorwaardelijke hechtenis en ontzegging van de rijbevoegdheid. De aanvrager betwist echter dat hij de bestuurder was die die nacht werd aangehouden en stelt dat iemand anders zijn naam gebruikte.
De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening ontvangen, gebaseerd op een nieuw proces-verbaal uit 2010 waarin een verbalisante verklaart dat zij met 100% zekerheid kan zeggen dat de aanvrager niet de bestuurder was die zij op 10 december 2006 heeft aangehouden. Dit nieuwe gegeven was bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend. De Hoge Raad verzoekt de raadsvrouwe van de aanvrager om een schriftelijke toelichting op het procesverloop, met name waarom de aanvrager niet is verschenen bij de vervolgzittingen en waarom het verzoek tot herziening pas na bijna acht jaar is ingediend.
Daarnaast wordt de Procureur-Generaal verzocht een aanvullend proces-verbaal te laten opstellen waarin de verbalisante haar verklaring nader motiveert. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van zorgvuldige identificatie en het belang van het nieuwe bewijs voor de beoordeling van de zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan voor nadere toelichting en aanvullend onderzoek naar de identiteit van de aangehouden bestuurder.