ECLI:NL:PHR:2016:154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij alcoholcontrole leidt tot verwijzing voor nieuwe berechting
De aanvrager werd in 2007 veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994, maar stelde dat sprake was van persoonsverwisseling omdat iemand anders zich bij de aanhouding had voorgedaan. De aanvraag tot herziening werd ingediend in 2014, ruim zeven jaar na het incident.
De Hoge Raad stelde vragen over de proceshouding van de aanvrager, die vanwege beperkte verstandelijke vermogens niet op zittingen verscheen en geen grieven indiende. Dit werd onderbouwd met een psychologisch rapport en informatie over zijn persoonlijke omstandigheden.
De verbalisante die de aanhouding verrichtte verklaarde in 2010 met honderd procent zekerheid dat de aanvrager niet de aangehouden persoon was, maar kon in 2015 niet meer aangeven waarop die zekerheid destijds was gebaseerd. De Hoge Raad acht dit voldoende aanleiding voor een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting, waarbij de veroordeling kan worden gehandhaafd of de aanvrager vrijgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het gerechtshof wegens persoonsverwisseling.