Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Namens betrokkene is een schriftuur ingediend door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de betrokkene onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis hiervan heeft de Hoge Raad, na overleg met de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 15 september 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kansloosheid.