ECLI:NL:HR:2015:265

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2015
Publicatiedatum
10 februari 2015
Zaaknummer
12/05854
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep is ingesteld door verdachte en behandeld met schriftelijke middelen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel constateert de Hoge Raad dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden.

Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijftig maanden naar 48 maanden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd van vijftig naar 48 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

10 februari 2015
Strafkamer
nr. S 12/05854
DAZ/ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 december 2012, nummer 23/002052-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijftig maanden.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 48 maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2015.