ECLI:NL:HR:2015:2882

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
30 september 2015
Zaaknummer
13/03791
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens ontbreken middelen van cassatie

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant. Echter zijn geen middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijke termijn ingediend, zoals vereist volgens artikel 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 29 september 2015. Hierdoor is het cassatieberoep van betrokkene niet ontvankelijk verklaard en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van tijdig ingediende middelen van cassatie.

Uitspraak

29 september 2015
Strafkamer
nr. S 13/03791 B
IC/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 12 juli 2013, nummer RK 13/197, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 september 2015.