Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 september 2015.
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant. Echter zijn geen middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijke termijn ingediend, zoals vereist volgens artikel 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 29 september 2015. Hierdoor is het cassatieberoep van betrokkene niet ontvankelijk verklaard en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van tijdig ingediende middelen van cassatie.