ECLI:NL:HR:2015:2899

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2015
Publicatiedatum
1 oktober 2015
Zaaknummer
15/03099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Toeslagenwet

In deze zaak heeft de belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 juni 2015, betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Toeslagenwet.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Gezien de aangevoerde klachten en het belang van de partij oordeelde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is, omdat de klachten klaarblijkelijk onvoldoende grond bieden voor behandeling in cassatie of omdat de belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het beroep.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 2 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

2 oktober 2015
Nr. 15/03099
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 10 juni 2015, nr. 13/5161 TW, betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Toeslagenwet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.