ECLI:NL:HR:2015:2900

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2015
Publicatiedatum
1 oktober 2015
Zaaknummer
15/03244
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek tot herziening arrest op grond van artikel 80a RO

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerder arrest van 17 april 2015. Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van dit arrest, maar het verzoekschrift bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die volgens artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) herziening konden rechtvaardigen.

De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek klaarblijkelijk niet tot herziening van het arrest kan leiden en derhalve geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) en na advies van de Procureur-Generaal werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is uitgesproken door de raadsheer C. Schaap als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, op 2 oktober 2015. Hiermee is het verzoek formeel afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de herzieningsgrond.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

2 oktober 2015
Nr. 15/03244
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 17 april 2015, nr. 14/05140, ECLI:NL:HR:2015:1046.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.