Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Almelo,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
2 oktober 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een vordering van een overheidswerknemer tegen zijn werkgever, Stadstoezicht Almelo B.V., over de vraag of pensioenpremies moesten worden afgedragen over gratificaties die de werknemer ontving. De werknemer stelde dat over deze gratificaties pensioenpremie had moeten worden ingehouden en vorderde compensatie.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de gratificaties tot het pensioengevend inkomen behoorden, maar dat de werknemer bewust had gehandeld door de gratificaties niet aan het pensioenfonds te melden, waardoor het onaanvaardbaar was dat hij nu compensatie kon eisen. Dit oordeel baseerde het hof op een tijdens het pleidooi ingenomen standpunt van de werkgever.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte rekening hield met een standpunt dat de werkgever pas bij pleidooi had ingenomen, zonder dat dit in de memorie van grieven was aangevoerd. Dit is in strijd met de tweeconclusieregel van artikel 347 lid 1 Rv Pro. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelde Stadstoezicht tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het belang van een correcte procesorde en het respecteren van de tweeconclusieregel benadrukt in het appelprocesrecht.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens schending tweeconclusieregel.