ECLI:NL:HR:2015:2911

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2015
Publicatiedatum
2 oktober 2015
Zaaknummer
15/00683
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangsrecht voor onbepaalde tijd aan vader bij gezamenlijk gezag

In deze zaak stond de ontzegging van het omgangsrecht van de vader centraal, terwijl hij samen met de moeder gezamenlijk gezag over het kind uitoefent. De kinderrechter en het gerechtshof hadden eerder besloten tot ontzegging van het omgangsrecht voor onbepaalde tijd. De vader stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de kinderrechter en het gerechtshof en beoordeelt het cassatieberoep aan de hand van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De klachten van de vader worden niet gegrond bevonden en leiden niet tot cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het beroep van de vader en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties. De beschikking is uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontzegging van het omgangsrecht voor onbepaalde tijd aan de vader.

Uitspraak

2 oktober 2015
Eerste Kamer
15/00683
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 122737/FA RK 11-1060 van de kinderrechter in de rechtbank Almelo van 10 oktober 2012;
b. de beschikkingen in de zaak 200.119.957 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2013, 7 november 2013 en 13 november 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 13 november 2014 heeft de vader beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 9 juli 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
2 oktober 2015.