ECLI:NL:HR:2015:2919

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2015
Publicatiedatum
6 oktober 2015
Zaaknummer
14/01403
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 450.2 SvArt. 450.4 SvArt. 432.1.a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens termijnoverschrijding

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had uitspraak gedaan op 21 mei 2013. Volgens artikel 432 lid 1 sub a Sv Pro moest de verdachte binnen 14 dagen na de einduitspraak van het hof cassatie instellen. Hoewel de appel was ingesteld door de gemachtigde van de verdachte en de appeldagvaarding aan de gemachtigde was betekend, werd het cassatieberoep pas na het verstrijken van deze termijn ingediend.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de in de cassatieschriftuur aangevoerde omstandigheden niet konden worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.

Het arrest van de Hoge Raad werd gewezen op 6 oktober 2015 door de vice-president en twee raadsheren. De Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens termijnoverschrijding zonder bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

6 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 14/01403
NA/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 mei 2013, nummer 21/002854-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2015.