Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
(…)
d. de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte hoger beroep is ingesteld, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g en in hoger beroep geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden.
NJ1998/630 bijvoorbeeld had de verdachte niet binnen twee weken hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de kantonrechter. De vertegenwoordiger van de verdachte had in hoger beroep verklaard: ‘De dagvaarding om ter terechtzitting van de Kantonrechter te verschijnen in deze zaak heeft hem wel bereikt, maar hij is toen de datum vergeten’. Uw Raad oordeelde dat uit deze verklaring voortvloeide dat de dag van de terechtzitting van de Kantonrechter aan de verdachte tevoren bekend was, zodat het hoger beroep binnen veertien dagen na de dag van de einduitspraak had moeten worden ingesteld. Vereist is daarbij wel dat duidelijk wordt dat de verdachte tevoren op de hoogte is geraakt van de dag van de terechtzitting. [2]