Belanghebbende, een uitzendbureau dat personeel uitsluitend ter beschikking stelt aan de gemeente waarvan zij ook volledig eigendom is, was aanvankelijk ingedeeld in sector 45 (Zakelijke Dienstverlening III) voor premieheffing werknemersverzekeringen. Belanghebbende verzocht om indeling in sector 66 (Overheid, overige instellingen). De Inspecteur wees dit verzoek af en plaatste belanghebbende in sector 52 (Uitzendbedrijven).
Het hof oordeelde dat belanghebbende vanwege de aard van haar werkzaamheden en haar maatschappelijke functie in dezelfde sector als de gemeente (sector 64, Overheid) moest worden ingedeeld. Het hof baseerde dit op de inhoudelijke werkzaamheden en de nauwe relatie met de gemeente.
De Hoge Raad stelde echter vast dat voor de sectorindeling van uitzendbureaus niet de aard van de werkzaamheden, maar de aard van de arbeidsovereenkomsten bepalend is. Het hof had deze laatste niet voldoende onderzocht en hanteerde een onjuiste rechtsopvatting. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de juiste maatstaven.
De Hoge Raad vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 9 oktober 2015.