Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
13 oktober 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging op 21 augustus 2011 te Almere. Het geweld bestond uit het meerdere malen schieten met vuurwapens op woningen waar meerdere personen aanwezig waren.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld, door het adres te verstrekken, mee te gaan met de groep, op de deur te kloppen en de groep getalsmatig te versterken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van 'in vereniging' geweld plegen zoals bedoeld in art. 141 Sr Pro.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden door late aanlevering van stukken in cassatie, wat leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van 540 dagen naar 526 dagen, waarvan 303 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Het beroep wordt voor het overige verworpen en het arrest van het hof wordt in stand gelaten, behoudens de strafvermindering. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 oktober 2015.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 526 dagen, waarvan 303 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en het beroep wordt voor het overige verworpen.