Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
13 oktober 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 oktober 2014 in een strafzaak. Het cassatieberoep werd ingediend door de raadsman van verdachte, mr. J.J.J. van Rijsbergen. De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd op 13 oktober 2015 gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan. Het beroep werd verworpen en daarmee bleef het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.