Uitspraak
[vestigingsplaats].
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
13 oktober 2015.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 december 2013, waarbij een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv werd behandeld.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de middelen die namens klaagster zijn voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het beroep verworpen. De beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Den Haag blijft in stand.