ECLI:NL:HR:2015:3073

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2015
Publicatiedatum
14 oktober 2015
Zaaknummer
14/02188
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen beschikking Rechtbank Den Haag inzake klaagschrift

Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 december 2013, waarbij een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv werd behandeld.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de middelen die namens klaagster zijn voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het beroep verworpen. De beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

13 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 14/02188 B
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 december 2013, nummer RK 12/2236, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], gevestigd te
[vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 oktober 2015.