Conclusie
Consultancy Agreementvan 18 juni 2010. Gebleken is dat [klaagster 4] sinds minstens 2006 handelt in bemestingsmiddelen en deelneemt aan investeringsprojecten in Tunesië. Vermoed wordt dat de betalingen door [klaagster 4] aan [betrokkene 1] zijn verricht om invloed uit te oefenen op [A] en derhalve zouden kunnen worden aangemerkt als steekpenningen. [betrokkene 1] is de zwager van de voormalige Tunesische president [betrokkene 2] en was als ambtenaar betrokken bij [A] .
eerste middelin de zaak van de klagers [klaagster 4] , [klager 1] en [klager 3] (het
tweede middelin de schriftuur van de klagers [klaagster 5] en [klager 2] ) wordt
primairgeklaagd over het oordeel van de rechtbank dat alle stukken op de beslaglijst A kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding. Het middel heeft betrekking op de verwerping van het verweer dat de vordering tot verlof ten aanzien van deze stukken en bescheiden dient te worden afgewezen, omdat van de in beslag genomen documenten genoemd in beslaglijst A geen nadere omschrijving is gegeven en/of deze omschrijving zo summier is, dat de rechtbank niet kan voldoen aan haar zelfstandige verplichting om te beoordelen of deze documenten in enigerlei mate kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding in de Zwitserse strafzaak.
Beschrijving onvoldoende precies
Subsidiair- mocht uw Rechtbank de huidige omschrijving wel voldoende vinden - verzoek ik uw Rechtbank de behandeling van de vordering ex art. 552p Sv en - gelet op de samenhang - het klaagschrift ex art. 552a Sv aan te houden ten einde de Rechter-Commissaris in de gelegenheid te stellen nader te specificeren en te omschrijven welke documenten nu precies in beslag zijn genomen (datum, korte omschrijving inhoud etc.) en/of (de raadslieden van) cliënten in de gelegenheid te stellen de stukken zelf in te zien.
DIGI I
tweede middelin de zaak van de klagers [klaagster 4] , [klager 1] en [klager 3] (het
eerste middelin de schriftuur van de klagers [klaagster 5] en [klager 2] ) komt op tegen het kennelijk oordeel van de rechtbank dat de stukken op de beslaglijst A DIGI “stukken van overtuiging” zijn, dan wel dat de rechtbank ten onrechte verlof heeft verleend dat de gegevensdagers kunnen worden afgegeven, omdat de Zwitserse autoriteiten hebben gevraagd om “IT-gegevens”, terwijl noch Titel X noch het Europees Rechtshulpverdrag een basis geeft voor de inbeslagneming en overdracht van “gegevensdragers”.
derde middelin de zaak van de klagers [klaagster 5] en [klager 2] klaagt dat de rechtbank niet heeft gereageerd op het verweer dat de inbeslagname en overdracht van gegevensdragers zonder enige vorm van omschrijving of selectie een schending oplevert van het recht op privacy als bedoeld in art. 8 EVRM Pro en het recht van eigendom (art. 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM), althans dat het impliciete oordeel van de rechtbank dat daarvan geen sprake is, onbegrijpelijk is.
vierde middeltenslotte. Dat klaagt dat de beslissing van de rechtbank dat het rechtshulpverzoek voor zover dat ziet op inbeslagname en overdracht van bankgegevens van een ING-rekening “buiten de rechtsmacht van deze enkelvoudige kamer” valt (proces-verbaal van de behandeling in raadkamer, p. 2) en de beslissing in de beschikking zelf om het deel van de klaagschriften “onbesproken” kan blijven omdat bij de rechtbank niet bekend is dat er aan het verzoek van de Zwitserse autoriteiten om een bankgegeven van een ING-rekening op te vorderen gevolg is gegeven (ongenummerde beschikking, maar p. 4).