ECLI:NL:HR:2015:3095

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/02202
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:662 BWArt. 7:663 BWArt. 7:664 BWArt. 7:665 BWArt. 7:665a BW
Verwijzingen
11 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen overgang van onderneming bij faillissement BV op verzoek werknemer

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Horeca Exploitatie Maatschappij Sibculo Holding B.V. (HEMS) verworpen. De zaak betrof de vraag of bij een faillietverklaring van een BV op verzoek van een werkneemster met een loonvordering sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. van het Burgerlijk Wetboek.

De feiten betreffen een procedure waarin de rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden eerder uitspraken deden. Het hof oordeelde dat geen sprake was van overgang van onderneming. HEMS stelde zich op het standpunt dat dit onjuist was en ging in cassatie.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en oordeelt dat de klachten van HEMS niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad acht geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling en verwerpt het beroep. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden.

De uitspraak bevestigt de toepassing van de bepalingen in Boek 7 BW omtrent overgang van onderneming en de specifieke omstandigheden bij faillissement op verzoek van een werknemer met loonvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen sprake is van overgang van onderneming bij faillissement op verzoek van werknemer met loonvordering.

Uitspraak

16 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02202
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HORECA EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ SIBCULO HOLDING B.V.,
gevestigd te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
[verweerster] e/v. [betrokkene],
wonende te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HEMS en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/15/158 F van de rechtbank Overijssel van 11 maart 2015;
b. het arrest in de zaak 200.166.589 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft HEMS beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van HEMS heeft bij brief van 27 augustus 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 oktober 2015.