ECLI:NL:HR:2015:3096

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/02827
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 aanhef en onder b Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen op grond van het ontbreken van goede trouw zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet.

Het geding in feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de rechtbank Den Haag en een arrest van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker onderzocht en geoordeeld dat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker heeft gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bekrachtigd.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van den Brink, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door De Groot op 16 oktober 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd.

Uitspraak

16 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02827
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/480030/FT RK 14/2710 van de rechtbank Den Haag van 21 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.168.950/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend rekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 4 september 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet
nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 oktober 2015.