Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
3 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof bewezen verklaard dat hij op 22 november 2011 te Amsterdam een fiets met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had weggenomen, waarbij de fiets toebehoorde aan een ander dan verdachte. De bewezenverklaring steunde op verklaringen van verbalisanten en een kennisgeving van inbeslagneming.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een res nullius, omdat de fiets oud was, niet op slot stond, lekke banden had en geen eigenaar bekend was. Het hof verwierp dit verweer met de overweging dat de omstandigheden en locatie waar de fiets werd aangetroffen niet aannemelijk maakten dat sprake was van afstand van eigendom, maar motiveerde dit onvoldoende.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof tekortschiet omdat niet duidelijk is op welke omstandigheden het hof zich baseert en waarom die de conclusie rechtvaardigen dat de fiets niet res nullius was. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.