Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
17 november 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep ingesteld in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, maar de Hoge Raad heeft het vierde middel gegrond verklaard. Dit middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase.
De Hoge Raad oordeelde dat deze overschrijding moet leiden tot een vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf. De straf werd verminderd van vier jaar en zes maanden naar vier jaar en drie maanden. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en werden verworpen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en handhaafde het arrest voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren onder voorzitterschap van B.C. de Savornin Lohman tijdens een openbare terechtzitting op 17 november 2015.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van vier jaar en zes maanden naar vier jaar en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.