Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:3326

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2015
Publicatiedatum
17 november 2015
Zaaknummer
14/05356
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 413 SvArt. 265 lid 3 SvArt. 588 lid 3 onder a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving dagvaardingstermijn ex art. 413 Sv

De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De kern van het geschil is de vraag of de dagvaardingstermijn van tien dagen, voorgeschreven in art. 413, eerste lid, Sv, is nageleefd.

Uit de stukken blijkt dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van 9 juli 2014 op 2 juli 2014 is uitgereikt, waardoor de termijn van tien dagen niet in acht is genomen. Er is geen toestemming van verdachte voor verkorting van deze termijn en verdachte is niet verschenen op de terechtzitting.

Het hof had het onderzoek ter terechtzitting moeten schorsen op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv. Het voortzetten van het onderzoek en het verlenen van verstek leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam zodat de zaak opnieuw op het bestaande hoger beroep kan worden berecht en afgedaan.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

17 november 2015
Strafkamer
nr. S 14/05356
MD/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2014, nummer 23/005130-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het derde middel

2.1.
Het middel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de in art. 413, eerste lid, Sv vermelde termijn van tien dagen in acht is genomen.
2.2.
Volgens de akte van uitreiking - gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op de terechtzitting van het Hof van 9 juli 2014 terecht te staan - is de dagvaarding op 2 juli 2014 op het adres [a-straat 1] te Amsterdam uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in art. 588, derde lid onder a, Sv. De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen is dus niet in acht genomen.
2.3.
Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting de verdachte daar niet is verschenen, had het Hof het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv dienen te schorsen. Het Hof heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend.
Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.
2.4.
Het middel is dus terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 november 2015.