Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het derde middel
3.Slotsom
4.Beslissing
17 november 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De kern van het geschil is de vraag of de dagvaardingstermijn van tien dagen, voorgeschreven in art. 413, eerste lid, Sv, is nageleefd.
Uit de stukken blijkt dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van 9 juli 2014 op 2 juli 2014 is uitgereikt, waardoor de termijn van tien dagen niet in acht is genomen. Er is geen toestemming van verdachte voor verkorting van deze termijn en verdachte is niet verschenen op de terechtzitting.
Het hof had het onderzoek ter terechtzitting moeten schorsen op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv. Het voortzetten van het onderzoek en het verlenen van verstek leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam zodat de zaak opnieuw op het bestaande hoger beroep kan worden berecht en afgedaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.