Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
27 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Verweerder is in cassatie niet verschenen en het standpunt van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat eiser klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien deze omstandigheden is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast is eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerder nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 27 november 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-ontvankelijkheid van de klachten.