ECLI:NL:HR:2015:3400

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
15/01202
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2008

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2015, waarin een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2008 was bevestigd.

Eerder was een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden door de Hoge Raad vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. In het huidige cassatieberoep heeft belanghebbende twee middelen voorgesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift heeft ingediend.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Het arrest is op 27 november 2015 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2008 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

27 november 2015
Nr. 15/01202
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 5 februari 2015, nr. 14/00400, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde voorlopige aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (nr. 12/00481) is op het beroep van de Staatssecretaris bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2014, nr. 13/02154, ECLI:NL:HR:2014:1189, BNB 2014/177, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2015.