Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 september 2014 in een strafzaak. Verdachte, vertegenwoordigd door mr. B.P. de Boer, heeft een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, met raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 1 december 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.