Conclusie
middelbehelst de klacht dat het Hof verzuimd heeft te motiveren waarom het een gevangenisstraf heeft opgelegd voor de duur van vierendertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, gelet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot de detentie-ongeschiktheid van verzoeker. [1] Voorts bevat het middel de klacht dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van de strafoplegging, te weten dat aan verzoeker geen gevangenisstraf diende te worden opgelegd die voor wat betreft de duur van het onvoorwaardelijke strafdeel uit zou gaan boven de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis.
“Persoonlijke omstandigheden
Strafmaat
Oplegging van straf
34 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijkmet aftrek van voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden te weten - kort gezegd - een meldplicht bij GGZ Reclassering Palier of een andere door haar aan te wijzen instelling, het opvolgen van aanwijzingen door of namens GGZ Reclassering Palier, ook als dit inhoudt het blijven innemen van zijn medicatie en het volgen van cognitieve gedragstherapie, een klinische behandeling binnen een forensische psychiatrische afdeling voor de duur van maximaal een jaar, gevolgd door ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische kliniek en actieve en bereidwillige deelname aan de intake bij geïndiceerde zorginstellingen en een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.
gemotiveerd(cursivering, EH) door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte niet in staat is gevangenisstraf te ondergaan en de rechter desalniettemin gevangenisstraf oplegt. De rechter zal dan verantwoording dienen af te leggen van zijn oordeel dat de verdachte (wel) gevangenisstraf kan ondergaan. In het onderhavige geval is, meen ik, geen sprake van een gemotiveerd betoog van de zijde van de verdediging waaruit blijkt of waarin aannemelijk wordt gemaakt dat verzoeker met het oog op een eventueel door het Hof op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf detentieongeschikt zou zijn. In de pleitnotities, waarvan het deel met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden hierboven onder 4 is weergegeven, wordt enkel bij nr. 15 gesteld - zonder nadere onderbouwing met bijvoorbeeld (overgelegde) stukken -, dat verzoeker wegens detentieongeschiktheid zou zijn overgeplaatst naar de FPA Heiloo, en wordt achter nr. 16 het Hof enkel verzocht daarmee rekening te houden. Dat is wat de raadsvrouw tegenover het Hof heeft aangevoerd over de ‘detentieongeschiktheid’ van verzoeker, die zelf op de terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat het goed met hem gaat, dat hij de klinische opname die gelast was teveel van het goede vindt, dat hij op de depressie na geen psychische problemen heeft en dat het slikken van antidepressiva ook volgens de arts niet meer nodig is.