Belanghebbende, een vennootschap uit het Verenigd Koninkrijk, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een uitnodiging tot betaling van douanerechten. Na een uitspraak van de rechtbank Haarlem en een hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de middelen III en IV gegrond verklaard op basis van de motieven die zijn toegelicht in een samenhangende zaak (nr. 12/02876bis). De overige middelen zijn verworpen. Hierdoor kon het arrest van het hof niet in stand blijven en werd de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de richtlijnen uit het arrest.
Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en tot betaling van de helft van de proceskosten voor de rechtsbijstand van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en openbaar uitgesproken op 4 december 2015.