Uitspraak
[X] Ltd.te
[Z], Verenigd Koninkrijk (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 30 januari 2018, nr. 15/00858, betreffende een aan belanghebbende uitgereikte uitnodiging tot betaling van douanerechten.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam gegrond verklaard. De zaak betreft een uitnodiging tot betaling van douanerechten op ingevoerde knoflookbollen waarvan de oorsprong China wordt betwist.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2019:164) waarin middel A is beoordeeld en acht dit van toepassing op de onderhavige zaak. De overige middelen worden verworpen zonder nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij het Hof de bewijslast van de oorsprong China opnieuw moet beoordelen. Tevens wordt aanbevolen dat het Hof de zaak behandelt in een volledig andere samenstelling dan bij de eerdere uitspraken om de rechtspleging te waarborgen.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De kosten van het geding voor het Hof worden nog beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de oorsprong van de knoflookbollen.