ECLI:NL:HR:2015:3480

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2015
Publicatiedatum
4 december 2015
Zaaknummer
15/00986
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot cassatie inzake gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning afgewezen

In deze zaak heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 december 2014, waarin het hof besliste over de gebruiksvergoeding van de voormalige echtelijke woning.

De vrouw had haar verzoek tot gebruiksvergoeding wel in een gewijzigd petitum opgenomen, maar dit verzoek was niet voldoende onderbouwd. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde om het cassatieberoep te verwerpen, waarop de vrouw reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

De beschikking van de Hoge Raad werd op 4 december 2015 gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing van het verzoek tot gebruiksvergoeding.

Uitspraak

4 december 2015
Eerste Kamer
15/00986
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 307448/FA RK 11-3377 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 februari 2013;
b. de beschikkingen in de zaak 200.126.576 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2013 en 4 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 4 december 2014 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 23 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
4 december 2015.