Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 augustus 2014. De advocaat van de verdachte heeft namens hem middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is op 8 december 2015 gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en is ter openbare terechtzitting uitgesproken. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.