Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
17 februari 2015.
Hoge Raad
Op 13 mei 2009 reed verdachte in Dordrecht met zijn auto, een Maserati, toen hij werd aangehouden door twee verbalisanten van het verkeershandhavingsteam. Ondanks het stopteken reed verdachte weg terwijl de verbalisanten deels via het geopende portier aan de auto hingen, waardoor zij werden meegesleurd. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel wilde toebrengen door deze handeling.
Verdachte stelde in hoger beroep dat hij niet bewust was van het gevaar en dat zijn reactie onbewust was, onder meer omdat hij niet merkte dat het portier open ging en dat hij bij zijn gordel werd vastgepakt. Het hof verwierp dit verweer en achtte het bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel aanvaardde.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd voor zover het betreft het opzet van verdachte. De verklaring van verdachte dat hij niet merkte dat het portier open ging en dat hij werd vastgepakt, is niet adequaat weersproken in de motivering. Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. De overige klachten behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring omtrent het opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.