Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
8 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de toepassing van art. 430a Sr centraal, betreffende naaktrecreatie op een plaats die daarvoor niet geschikt is. Het Gerechtshof Den Haag had een arrest gewezen waarin volgens de Hoge Raad onjuiste uitleg was gegeven aan de uitdrukking 'plaats die niet voor ongeklede recreatie geschikt was'.
De Advocaat-Generaal bij het Hof stelde cassatieberoep in en concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak. De raadsman van de verdachte heeft het beroep tegengesproken.
De Hoge Raad sloot zich aan bij de gronden van een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2015:3462) en oordeelde dat het middel gegrond is wegens grondslagverlating. Het bestreden arrest kon daarom niet in stand blijven. De zaak werd terugverwezen naar het Hof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 december 2015.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag is vernietigd wegens grondslagverlating en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.