ECLI:NL:HR:2015:3547

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
15/05529
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46i WrraArt. 46j WrraArt. 46b Wrra
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag rechter wegens langdurige arbeidsongeschiktheid volgens artikel 46i Wrra

De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot ontslag van een rechterlijk ambtenaar van de Rechtbank Noord-Holland wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De vordering is gebaseerd op artikel 46i lid 1 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra), dat ontslag mogelijk maakt indien de ongeschiktheid ten minste twee jaar onafgebroken heeft geduurd, herstel binnen zes maanden niet te verwachten is, en duurzame re-integratie niet binnen redelijke termijn mogelijk is.

De Hoge Raad heeft op 30 november 2015 het onderzoek in raadkamer ingesteld, waarbij zowel de betrokkene als de waarnemend president van de Rechtbank Noord-Holland afzagen van hun aanwezigheid en hoorrecht. De Procureur-Generaal heeft de vordering mondeling toegelicht. Uit de overgelegde stukken en het onderzoek blijkt dat aan alle voorwaarden van artikel 46i lid 1 Wrra is voldaan.

De Hoge Raad concludeert dat voldoende gronden aanwezig zijn om de betrokkene per 1 januari 2016 te ontslaan als rechterlijk ambtenaar. Het arrest is uitgesproken op 4 december 2015 door de Vierde Kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van M.W.C. Feteris.

Uitkomst: De Hoge Raad verleent ontslag aan de rechter wegens ten minste twee jaar onafgebroken arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2016.

Uitspraak

4 december 2015
Vierde Kamer
15/05529
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
op een vordering, als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 13 november 2015, tot ontslag als rechterlijk ambtenaar van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats] (hierna: de betrokkene).

1.De vordering van de Procureur-Generaal

De Procureur-Generaal heeft op 13 november 2015 schriftelijk gevorderd dat de Hoge Raad de betrokkene op de voet van artikel 46i, lid 1, Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra) zal ontslaan met ingang van 1 januari 2016.
Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal de volgende stukken overgelegd:
a. brief van de president van de Rechtbank Noord-Holland houdende een verzoek tot vordering van ontslag van de betrokkene, d.d. 22 januari 2015, met bijlagen;
b. brief van de Procureur-Generaal d.d. 18 maart 2015 aan de betrokkene;
c. brief van de betrokkene d.d. 23 maart 2015 aan de Procureur-Generaal;
d. brief van de Procureur-Generaal d.d. 30 april 2015 aan de betrokkene;
e. brief van de president van de Rechtbank Noord-Holland d.d. 2 juni 2015, met bijlagen;
f. brief van de Procureur-Generaal d.d. 20 juli 2015 aan de betrokkene;
g. brief van de Procureur-Generaal d.d. 14 september 2015 aan de betrokkene;
h. brief van de betrokkene d.d. 17 september 2015 aan de Procureur-Generaal.

2.De raadkamer

Op 30 november 2015 is door de Hoge Raad in raadkamer het onderzoek, als bedoeld in artikel 46p, lid 1, Wrra, ingesteld.
De betrokkene en de waarnemend president van de Rechtbank Noord-Holland zijn bij brief van 13 november 2015 in kennis gesteld van het tijdstip waarop de Hoge Raad het onderzoek in raadkamer zou instellen. Beiden hebben per brief aan de griffier laten weten af te zien van hun aanwezigheid in raadkamer en van de mogelijkheid om gehoord te worden.
De Procureur-Generaal heeft de vordering in raadkamer mondeling toegelicht.

3.Beoordeling

3.1
De betrokkene is rechter in de Rechtbank Noord-Holland en derhalve een voor het leven benoemd rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 46b Wrra.
3.2
Artikel 46i, lid 1, Wrra bepaalt dat de rechterlijk ambtenaar, wanneer hij wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, door de Hoge Raad kan worden ontslagen, indien:
a. de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd;
b. herstel van zijn ziekte binnen een periode van
zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten; en
c. naar het oordeel van de functionele autoriteit duurzame re-integratie in de eigen arbeid, in andere passende arbeid bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van de Minister van Veiligheid en Justitie, of in passende arbeid buiten dat gezagsbereik, niet binnen een redelijke termijn is te verwachten.
Artikel 46j Wrra bepaalt voorts dat bij de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 46i, lid 1, de uitslag wordt betrokken
van de beoordeling door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).
3.3
Gelet op de door de Procureur-Generaal overgelegde stukken en het in raadkamer ingestelde onderzoek, moet worden vastgesteld dat is voldaan aan de in artikel 46i, lid 1, Wrra genoemde voorwaarden. De Hoge Raad is van oordeel dat voldoende gronden aanwezig zijn om de betrokkene op de voet van artikel 46i Wrra per 1 januari 2016 als rechterlijk ambtenaar ontslag te verlenen.

4.Beslissing

De Hoge Raad ontslaat [betrokkene] , rechter in de Rechtbank Noord-Holland, als rechterlijk ambtenaar per 1 januari 2016.
Dit arrest is gewezen door de president M.W.C. Feteris, als voorzitter, vice-president W.A.M. van Schendel en de raadsheren E.N. Punt, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, in tegenwoordigheid van de griffier J. Storm, en is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2015.