ECLI:NL:HR:2015:3592

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2015
Publicatiedatum
15 december 2015
Zaaknummer
15/02132
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over WOZ-beschikkingen en OZB aanslagen 2012-2013

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 april 2015, waarin hoger beroep was behandeld tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam betreffende WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2012 en 2013.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering vereist was op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werden geen rechtsvragen aangereikt die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee werd het oordeel van het Gerechtshof bevestigd en bleef de bestreden uitspraak in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.

Uitspraak

18 december 2015
Nr. 15/02132
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 april 2015, nrs. BK-14/00420 en BK-14/00600, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. ROT 12/4848 en ROT 13/7371) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2012 en 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2015.