Belanghebbende, een vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 2005 en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de inspecteur. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond. In hoger beroep stond centraal of de omkering en verzwaring van de bewijslast volgens artikel 27e AWR van toepassing was.
Het hof oordeelde dat voor zaken waarin op 1 juli 2011 beroep was ingesteld, artikel 27e AWR van kracht bleef zoals vóór die datum, ook zonder informatiebeschikking, tenzij de rechtbank op grond van artikel 27a AWR bepaalde dat de inspecteur zijn informatiebevoegdheden mocht blijven uitoefenen. In deze zaak had de inspecteur afgezien van toepassing van artikel 27a, waardoor geen informatiebeschikking kon worden gegeven en artikel 27e niet van toepassing was.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte aannam dat de inspecteur zonder dat de rechtbank artikel 27a toepaste, een informatiebeschikking kon geven. Omdat de rechtbank geen gebruik had gemaakt van die bevoegdheid, was de inspecteur niet bevoegd tot het geven van een informatiebeschikking in de beroepsfase. De Hoge Raad verklaarde beide cassatieberoepen ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.