ECLI:NL:HR:2015:3616

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2015
Publicatiedatum
17 december 2015
Zaaknummer
15/00961
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:33 BWArt. 3:35 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid ondertekening overeenkomst ondanks verweer

In deze zaak stond de vraag centraal of de ondertekening van een overeenkomst overeenstemde met de wil van partijen en of het vertrouwen van de wederpartij gerechtvaardigd was. Proximedia Nederland B.V., handelend onder de naam BeUp, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 november 2014.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de kantonrechter en arresten van het gerechtshof voor het geding in feitelijke instanties. BeUp betoogde dat de ondertekening niet overeenkwam met haar wil, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt BeUp in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn aan de zijde van de wederpartij. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de geldigheid van de ondertekening en het vertrouwen van de wederpartij zijn bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van BeUp wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

18 december 2015
Eerste Kamer
15/00961
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., handelende onder de naam BeUp,
gevestigd te IJsselstein, gemeente Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerder] , handelend onder de naam [A] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BeUp en [verweerder] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 301306 CV EXPL 12-4507 van de kantonrechter te Dordrecht van 28 juni 2012 en 4 oktober 2012;
b. de arresten in de zaak 200.117.850/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 februari 2013 en 11 november 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 11 november 2014 heeft BeUp beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor BeUp toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van BeUp heeft bij brief van 6 november 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BeUp in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 december 2015.