Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of het vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW Pro ontzenuwd kon worden door het passeren van een bewijsaanbod en overlegging van de administratie. De zaak betrof een geschil tussen een eiser en de curator in het faillissement van een B.V.
De lagere instanties, waaronder de rechtbank Alkmaar en het gerechtshof Amsterdam, hadden reeds arresten gewezen die aan dit arrest gehecht zijn. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eiser verworpen, waarbij werd vastgesteld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en veroordeelde de eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten.